Tien grote bedrijven gaan radarbeelden van satellieten in de ruimte gebruiken. Waarvoor ze dat doen? Om ervoor te zorgen dat in de Aziatische landen Indonesië en Maleisië minder bomen worden gekapt voor een zoete stroopachtige vloeistof: palmolie.

Pindakaas, koekjes, chocola, boter, zeep … Palmolie zit in ontzettend veel producten. De bedrijven die meedoen aan het project zijn in een ding hetzelfde: ze gebruiken allemaal palmolie in hun producten. Onder meer Unilever (maker van heel veel supermarktproducten), Nestlé (van chocola, snoep en koffie), PepsiCo (van Pepsi-Cola en chips) doen mee aan het project.

Oerbossen gekapt

De palmolie zit in noten aan speciale palmbomen. Die bomen groeien alleen in tropische landen, zoals Indonesië en Maleisië. Bedrijven willen zoveel mogelijk palmbomen planten, maar daarvoor worden eeuwenoude oerbossen gekapt. Niet erg goed voor het milieu en de natuur dus.

Weggejaagd

En dat is niet het enige. Door de bomenkap worden niet dieren uit hun leefomgeving verjaagd, maar moeten ook inwoners van de bossen gedwongen hun woning verlaten.

Kinderen aan het werk

Het werk op een palmolieplantage is zwaar. Lange dagen, keihard werken en ook nog eens giftige stoffen inademen die uit de olie vrijkomen. Arbeiders moeten heel lang werken om geld te verdienen. Om genoeg uren te maken, zetten veel arbeiders hun kinderen aan het werk. Dat is verboden, maar het gebeurt toch.

Ingrijpen

De grote voedingsbedrijven willen nu dus een groot probleem van palmolie aanpakken: de bomenkap. Het radarsysteem moet daarbij gaan helpen. Ziet een van de bedrijven op de radarbeelden dat ergens bomen worden gekapt voor palmolie? Dan moet het bedrijf ingrijpen.