Het had niet veel gescheeld, of er waren in de nacht van donderdag op vrijdag twee joekels van satellieten tegen elkaar gebotst! De twee apparaten zijn al oud en worden niet meer gebruikt, maar zweven nog wel rond in de ruimte.

De satellieten hebben elkaar dus op een haar na geraakt. Deskundigen zijn blij dat het met een sisser is afgelopen, want botsende ruimte-apparaten kunnen voor problemen zorgen. Want als de dingen tegen elkaar knallen, kunnen ze opbreken in kleinere stukken. Die stukken kunnen tegen andere apparaten in de ruimte botsen, waardoor die weer onderdelen verliezen. Zo wordt de ruimte dus een puinhoop.

Vol met puin

Waarom wetenschappers bang zijn voor een puinhoop in de ruimte? Omdat er zo steeds minder plek is voor apparaten als satellieten en raketten. Want hoe meer puin er rondzweeft, hoe groter de kans is dat die apparaten beschadigd raken. Uiteindelijk kunnen sommige gebieden in het heelal zelfs zo vol zitten met brokstukken, dat ze onbruikbaar zijn.

Strengere controles

Eerder zei de ruimte-organisatie ESA al dat ze zich zorgen maken over het afval in de ruimte. Volgens de organisatie zouden er strengere controles moeten komen voor bedrijven die ruimte-apparaten maken. Er zijn namelijk regels waaraan ze zich moeten houden.

Opruim-apparaat

Aan wat voor regels die bedrijven zich moeten houden? Ze moeten raketten bijvoorbeeld zó bouwen, dat er weinig delen vrijkomen als ze tegen iets botsen. Zelf steekt ESA trouwens ook de handen uit de mouwen. Ze werken namelijk aan een apparaat dat over een paar jaar de ruimte moet opruimen.