De burgemeester van Almere is dinsdag niet alleen overdag, maar ook 's avonds op het stadhuis. Daar herdenkt hij met andere mensen dat Nederland 157 jaar geleden de slavernij afschafte. Door de coronaregels is de herdenking kleiner dan normaal. Sarea (11) mag er als enige kind bij zijn, omdat haar moeder voorzitter is van het comité 30 juni - 1 juli Almere. Zij organiseren de herdenking.

Van de zeventiende tot en met de negentiende eeuw haalde Nederland mensen weg uit Afrika. Zij werden in andere landen verkocht aan de hoogste bieder. Daarna moesten ze hard werken voor hun meester, terwijl ze op elk moment konden worden doorverkocht. Kinderen konden apart van hun ouders worden verkocht. Ook werden er vaak zware lichamelijke straffen gegeven.

Herdenken en feestvieren

Omdat Nederland op 1 juli 1863 de slavernij afschafte, is het elk jaar rond 1 juli Keti Koti. Er wordt dan feestgevierd, maar ook stilgestaan bij de erge dingen die zijn gebeurd. Door het coronavirus gaan dit jaar veel feestjes niet door, terwijl de herdenkingen op de meeste plekken kleiner zijn.

Blijven stilstaan

Sarea vindt het belangrijk dat er toch een herdenking is, al is die kleiner dan normaal. "Je moet vooruitdenken, maar ook stilstaan bij het verleden", zegt ze. "De heftige dingen die toen zijn gebeurd, kun je niet zomaar vergeten."

Waarom snapten ze het toen niet?

Volgens haar moet er daarom ook op school aandacht moet zijn voor slavernij. "Wij praten er best weinig over. Eén keer zat er een tekst over slavernij in ons taalboek, maar net die les hadden we haast. Dat vind ik best jammer, want ik wil graag weten waarom mensen toen niet snapten dat slavernij moest stoppen."

De toekomst beter maken

"Je kunt het verleden niet veranderen door zulk soort lessen," vertelt ze, "maar je kunt er wel voor zorgen dat de toekomst beter wordt. Ik zou het heel fijn vinden als iedereen mag zijn zoals hij is. Dat mensen niet meer zeggen 'Jij mag hier niet zijn' of elkaar uitschelden."