Nederland hoeft 23 IS-vrouwen en hun 56 kinderen niet naar Nederland te halen. Dat heeft de allerhoogste rechter, de Hoge Raad, vrijdag gezegd. De vrouwen komen uit Nederland, maar zijn naar Syrië gegaan. Daar zijn ze getrouwd met een strijder van de Islamitische Staat (IS). De IS is een terroristische organisatie. Met deze mannen hebben ze vaak ook kinderen gekregen.

In de afgelopen jaren heeft IS geprobeerd om Syrië te veroveren. Strijders van de groep hebben daarbij veel gevochten en aanslagen gepleegd. Hierdoor kwamen veel mensen om het leven. In maart 2019 werd IS verslagen. Sindsdien zijn veel mensen die bij de groep hoorden, opgesloten in speciale kampen in Syrië. Daar zitten de vrouwen die terug naar Nederland willen met hun kinderen in vast.

Voor de rechter

De IS-vrouwen zeggen dat de omstandigheden in hun kampen heel erg slecht zijn. Daarom willen ze dat de Nederlandse regering hen terugneemt. Maar de regering wil dit niet. Daarom sleepten de vrouwen de regering in 2019 voor de rechter. Die zei dat Nederland de vrouwen en kinderen moest terughalen. De regering was het daar niet mee eens, dus stapten ze naar een hogere rechter: het gerechtshof in Den Haag.

Gevaarlijk

Het gerechtshof gaf de regering gelijk. De Hoge Raad, de allerhoogste rechter in Nederland, is het daarmee eens. Hij zegt namelijk dat de rechten die de vrouwen en kinderen in Nederland hebben, niet voor hen gelden omdat ze in Syrië zitten. Bovendien kunnen de vrouwen gevaarlijk zijn voor Nederland, ze kunnen nog banden hebben met IS. En als Nederland de vrouwen en de kinderen terug moet halen, moeten ze worden opgehaald door iemand van de regering. En dat kan heel gevaarlijk zijn.