Je hebt ze vast weleens gevonden op het strand: schelpen. Ze zijn er in allerlei soorten en maten. Maar wist je dat er in deze mooie dingen ooit een beest leefde?

Een schelp is namelijk een skelet van een weekdier. Bij zo'n beest zit het skelet niet aan de binnenkant zoals bij ons, maar aan de buitenkant. Het beschermt het lichaam van het beestje.

Schelp = skelet

Een schelp bestaat vooral uit kalk, net als jouw botten. Een weekdier haalt die kalk uit het water waarin hij leeft. Met zijn kalkklieren bouwt hij zelf zijn omhulsel. Groeit het diertje, dan maakt hij zijn schelp ook een stukje groter. Gaat hij dood, dan blijft de schelp over. Die stroomt met het water mee en belandt soms op het strand. En dan kun jij hem vinden.

Een of twee?

Sommige weekdieren hebben een schelp die uit een stuk bestaat. Die noem je eenkleppigen. Slakken zijn hier een voorbeeld van. Maar er zijn ook schelpen die uit twee delen bestaan. Hoe die heten, raad je vast al! Dat zijn tweekleppigen. De twee delen zitten aan elkaar vast met een elastische band die ook wel ligament heet. Ook hebben ze een slot. Dat is een soort scharniertje dat ervoor zorgt dat de schelp open en dicht kan. Zo kan hij eten.

Groeiringen

Net als een boom heeft een schelp jaarringen. Hieraan kun je zien hoe oud het weekdier is. De ringen zijn niet allemaal even groot. Het dier groeit het ene jaar namelijk harder dan het andere jaar. Hoe warmer de temperatuur van het water is, hoe harder het schelpdiertje groeit.

Laten liggen

In veel landen is het verboden om bepaalde souvenirs mee naar huis te nemen. Ook schelpen vallen daar soms onder. Je mag ze dus wel zoeken, maar laat ze voor de zekerheid lekker liggen waar ze liggen!

Wist je dat…

…de doopvontschelp de grootste tweekleppige schelp op aarde is? Hij is wel 1 meter breed. Dat is nog breder dan een deur!

Wist je dat…

…een weekdier vastzit aan zijn schelp? Hij kan er dus niet uit kruipen.

Dit artikel stond eerder in Zo Zit Dat, hét weetjesblad voor jongens en meisjes!