Onderzoekers hebben een bijzondere ontdekking gedaan. Op het strand in Den Haag was in 2016 een heel oud mesje met lijmresten gevonden. Uit het onderzoek blijkt dat neanderthalers een slimme techniek hebben gebruikt om lijm te maken.

Het mesje is 50.000 jaar oud. Dit betekent dat het mesje gebruikt werd in de oertijd. In die tijd trok een groep mensen, neanderthalers genoemd, langs de Noordzee.

Lijmrestjes

Aan de steen zaten kleverige restjes, die leken op een soort lijm. Waarschijnlijk hadden de neanderthalers met lijm een handvat aan het mesje geplakt. Het mesje had namelijk scherpe randen. Door er een handvat aan te plakken, konden ze hun handen beschermen.

Slimme techniek

Volgens de onderzoekers hebben de neanderthalers een slimme techniek gebruikt. Om de lijm te kunnen maken, hebben ze restjes berkenboom (een boomsoort) gesmolten. Daarvoor moesten ze een soort oventje bouwen.

Speciaal oventje

Paul Kozowyk, een van de onderzoekers, legt uit hoe zo’n oventje gemaakt werd. "De neanderthalers maakten een gat in de grond, ongeveer zo groot als een theekop. Daar legden ze houten stokjes overheen. Op die stokjes zetten ze de restjes berkenboom. Om het geheel legden ze zand en ze stookten een vuurtje. Door de warmte smolt de berkenboom en ontstond een zacht en kleverig goedje. Dat viel in het gat in de grond."

Goed denkwerk

"Het is bijzonder hoe de neanderthalers deze techniek hebben bedacht. In die tijd hadden ze weinig middelen. De ontdekking laat zien dat ze 50.000 jaar geleden al goed konden nadenken", zegt Paul. Het mesje is nu ook te bekijken in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.